Hoe werkt de financiering van een bedrijfswoning?
De financiering van een bedrijfswoning hangt sterk samen met de verhouding tussen wonen en werken binnen het pand. Hoe groter het woongedeelte, hoe meer mogelijkheden er vaak zijn voor particuliere financiering. Is het zakelijke deel dominant, dan zal de financiering eerder (deels) zakelijk worden ingericht. Geldverstrekkers kijken daarbij niet alleen naar de oppervlakteverdeling, maar ook naar het feitelijke gebruik en de bouwkundige indeling van het pand. De manier waarop wonen en werken zijn georganiseerd, bepaalt dus welk type hypotheek passend en haalbaar is.
Bouwkundige splitsing tussen wonen en werken
Wanneer een bedrijfswoning bouwkundig of functioneel te splitsen is, ontstaan er vaak meer mogelijkheden voor financiering. Als het woondeel zelfstandig bruikbaar is, kunnen banken dit aanmerken als particuliere woning. Dit deel kan dan worden gefinancierd met een reguliere woonhypotheek.
Het zakelijke deel wordt afzonderlijk beoordeeld en eventueel via een zakelijke hypotheek gefinancierd. De taxateur speelt hierin een sleutelrol. In het rapport moet duidelijk staan:
Op basis daarvan bepaalt de geldverstrekker hoe de financiering wordt opgebouwd. Niet elke bank accepteert zo’n gesplitste constructie; voorwaarden kunnen per aanbieder sterk verschillen. Een goede voorbereiding en duidelijke onderbouwing zijn daarom belangrijk.
Dubbele ingang maakt financiering eenvoudiger
Een dubbele ingang, dus een aparte toegang voor het woon- en het werkgedeelte, maakt het onderscheid tussen beide functies duidelijker. Dit versterkt de scheiding tussen privé en zakelijk en geeft de geldverstrekker meer zekerheid over de zelfstandigheid van beide delen.
Door deze duidelijke afbakening ontstaat er vaak meer ruimte in de beoordeling en neemt de kans op financiering toe. In sommige situaties kan de koper zelfs kiezen om de woning volledig particulier of juist gedeeltelijk zakelijk te financieren, afhankelijk van wat fiscaal en financieel het meest gunstig is.
Dit is een relatief gunstige uitgangspositie, mits ook het bestemmingsplan de combinatie van wonen en werken ondersteunt. Wanneer zowel de bouwkundige situatie als de juridische bestemming klopt, vergroot dat de financieringsmogelijkheden aanzienlijk.